februari 2010

Geloven

Al een aantal malen heb ik over het begrip geloven geschreven (zie binnenstebuiten 7).  Het is ook zo dat het fenomeen zowel in algemene als in engere zin me erg boeit.

Ditmaal werd mijn aandacht hiernaar getrokken door de commissie de Wit, ingesteld door de regering, die enige helderheid moest scheppen in het teloor gaan van een aantal Nederlandse banken. Prominente figuren uit de bankwereld en de politiek gooiden naar elkaar met modder. Niemand leek verantwoordelijk te zijn voor de fouten die ongetwijfeld zijn gemaakt. Wie moet je nu geloven? Ik vroeg me af of je nog moet geloven dat je gespaarde geld veilig op de bank staat? Men beweert van wel, maar????

Een ander voorbeeld: de klimaatconferentie en de opwarming van de aarde. Het blijkt dat er wetenschappelijk  gesjoemeld is met getallen. Waarom? Ten voordele van wie? Je vraagt je af wat er allemaal van waar is, alhoewel ik ook wel zie dat in de omgeving van een petrochemische industrie er het nodige de lucht in gaat dat ik niet graag zou inademen. Kun je de plannenmakers of de politiek nog wel geloven nu hun planning deels is gebaseerd op onjuiste informatie?

Met reclame is er iets dergelijks aan de hand. Men wil ons met klem bepaalde zaken laten geloven. Zo zag ik unilever miljarden in de reclame steken voor ijsjes en wasmiddelen in de ontwikkelingslanden. Ik denk als men er het geld voor heeft dat het leren van voedselteelt en watermanagement meer zoden aan de dijk zet. Het gaat er kennelijk niet om wat mensen nodig hebben, maar wat de industrie nodig vindt! Waar ik ook altijd vraagtekens bij zet zijn de reclames van  allerlei huidproducten die "medicinaal", " medisch getest", "dermatologisch verantwoord" zijn en graag nog ondertekend door een bekende hooggeleerde (waarschijnlijk tegen een bepaalde prijs). Dat is natuurlijk allemaal onzin, maar kennelijk geloven mensen er voldoende in en kopen het.

Omdat er zo veel dingen worden beweerd, die later niet op waarheid lijken te berusten wordt een mens wellicht cynisch, laconiek.... het zal wel. Als het alarmnummer 112 meestal wordt gebeld zonder voldoende reden, zal de telefoniste niet meer alert reageren als er werkelijk iets aan de hand is.

Wat me ook weer bracht op dit thema was een boek dat ik net heb uitgelezen. De titel luidt: Niet te geloven. Het is geschreven door diverse auteurs, die allen arts zijn. Alhoewel je denkt dat ze iets niet geloven, blijkt het dat het ongelooflijke hen juist tot diep en onvoorwaardelijk geloof brengt. Wat niet te geloven is, niet te verklaren is, is voor hen een wonder, waaraan direkt of na enige tijd de naam God verbonden wordt. Het zou vooral de jongeren moeten aanspreken. De meeste auteurs nemen niet veel afstand van de niet te geloven gebeurtenissen. Ze zeggen dat ze het niet weten en maken meteen de koppeling naar iets almachtigs. Op zich niets mis mee, maar dan ben je wel uitgepraat als je aan hun visie twijfelt. Geloven in ruimere en engere zin is m.i. een kwestie van vertrouwen, gestoeld op jouw eigen persoonlijke ervaringen in het leven opgedaan. Als je iets niet gelooft mag je vragen stellen, wellicht dat jouw geloof in de materie dan toeneemt, dat je het waarschijnlijker vindt. Altijd een supermacht (God?) erbij halen is niet noodzakelijk, maar voor bepaalde mensen wel gerustgevend, omdat ze het leven met iets dat niet verklaard kan worden kennelijk moeilijk vinden.